AI
Ethiek en privacy: waarom AI in het onderwijs duidelijke grenzen nodig heeft
AI gaat razendsnel in het onderwijs. Sneller dan beleid, sneller dan governance, en soms sneller dan instellingen comfortabel kunnen volgen. En dat is niet alleen een technologisch vraagstuk, maar vooral een risicoverhaal. Eén datalek, één GDPR-inbreuk, één integriteitsschandaal… en plots gaat het niet meer over innovatie, maar over aansprakelijkheid, verlies van vertrouwen en reputatieschade.
Maar er is ook goed nieuws. Wanneer AI op de juiste manier wordt ingezet, draait het verhaal volledig om. In plaats van voortdurend risico’s te moeten blussen, winnen instellingen aan veilige innovatie, duidelijker toezicht en technologie die leren en onderzoek écht ondersteunt, zonder academische waarden te ondermijnen. Het verschil zit niet in de vraag of je AI gebruikt, maar of je de controle behoudt.
AI is intussen overal. Ook hier op LinkedIn. We see you. Dat heb je zelf niet geschreven. No judging. Omarmen moet je het sowieso. En ook in het onderwijs is AI al lang geen randfenomeen meer. Studenten gebruiken het, zelfs tijdens examens, zo blijkt. Docenten experimenteren ermee. Onderzoekers zien nieuwe mogelijkheden.Tegelijk worstelen onderwijsinstellingen met fundamentele vragen. Hoe zet je AI in zonder dat gevoelige onderzoeksdata wegvloeit? Hoe blijf je GDPR-proof? Wat met academische integriteit en transparantie? En vooral: hoe behoud je als instelling zelf de controle, zonder je pedagogische waarden te grabbel te gooien?
AI biedt gigantisch veel voordelen en potentieel, maar zonder duidelijke kaders wordt het al snel een risico in plaats van een meerwaarde. Hoog tijd dus om het te hebben over ethiek en privacy, en waarom gecontroleerde oplossingen in het onderwijs geen luxe zijn, maar een basisvoorwaarde.

Privacy
AI-systemen hebben een enorme honger naar data. Leerresultaten, interacties, teksten, onderzoeksinput, alles kan gebruikt worden om voorspellingen te creëren of antwoorden te genereren. Maar wat gebeurt er met die data eens ze ingevoerd is? Wie heeft er toegang toe? Waar wordt ze bewaard? En waarvoor wordt ze nog gebruikt?
Onderwijsinstellingen moeten voldoen aan strikte regels zoals de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) vroeger wet op privacy.Toch werken veel standaard AI-tools via externe servers, vaak buiten Europa, met weinig transparantie over dataverwerking. Dat creëert risico’s op datalekken, ongewenst hergebruik en grijze zones waar instellingen moeilijk grip op krijgen.
Privacy is hier echt geen bijzaak. Het is een randvoorwaarde om het vertrouwen van studenten, onderzoekers en ouders te behouden.
Onderwijsdata is geen testmateriaal
Wat vaak onderschat wordt: bij veel publieke AI-tools helpt elke gebruiker het systeem slimmer worden. Dat betekent dat studenten en onderzoekers, vaak zonder het te beseffen, bijdragen aan de training van commerciële AI-modellen. In een onderwijscontext is dat problematisch.
Studenten geven geen geïnformeerde toestemming om hun denkprocessen, teksten of onderzoeksinput te laten hergebruiken. En onderzoekers riskeren dat ideeën, hypotheses of voorlopige analyses hun beschermde context verlaten. En net dat botst met academische vrijheid en met de verantwoordelijkheid die onderwijsinstellingen dragen.
Controleren dan maar?
Veel scholen en universiteiten hebben intussen AI-richtlijnen opgesteld. Maar zonder zicht op het effectieve gebruik blijven die richtlijnen vaak dode letter. Wie gebruikt AI? Waarvoor? Met welke tools? En hoe intensief?
Zonder centraal overzicht is het moeilijk om privacy-afspraken, ethische keuzes en academische regels ook effectief te bewaken. Dat maakt instellingen kwetsbaar, niet omdat ze AI gebruiken, maar omdat ze het gebruik niet kunnen sturen.
Waarom een gecontroleerde AI-omgeving het verschil maakt
Steeds meer onderwijsinstellingen stappen daarom af van losse AI-tools en kiezen voor een gecontroleerde AI-omgeving. Oplossingen zoals MILA van Academic Software vertrekken niet vanuit snelheid of hype, maar vanuit de realiteit binnen het onderwijs.
Wat dat concreet betekent:
- Data blijft binnen de onderwijscontext en verdwijnt niet automatisch naar publieke AI-platformen
- Teksten van studenten, cursusmateriaal en onderzoeksinput worden niet hergebruikt voor commerciële training
- Instellingen behouden zicht op wie AI gebruikt en binnen welke afspraken
- AI ondersteunt het leer- en onderzoeksproces, zonder autonome beslissingen te nemen
Zo kan AI ingezet worden waar het versterkt, zonder dat instellingen hun verantwoordelijkheid of controle verliezen.
Privacy gaat ook over vertrouwen
Privacy in het onderwijs draait niet alleen om regelgeving, maar ook om vertrouwen. Studenten moeten voelen dat ze kunnen experimenteren en leren zonder ‘bekeken’ te worden. Onderzoekers moeten kunnen denken, schrijven en testen zonder angst dat hun werk elders opduikt.
Door privacy als vertrekpunt te nemen, en niet als achteraf-instelling, creëren onderwijsinstellingen ruimte voor innovatie die ook duurzaam is. Niet alles wat technisch kan, moet automatisch ook mogen.
AI is een blijver. De echte vraag is dus niet of onderwijsinstellingen ermee aan de slag gaan, maar hoe doordacht ze dat doen.
Wie inzet op snelheid zonder kader, neemt risico’s. Wie inzet op technologie met ethiek en privacy als fundament, bouwt vertrouwen op.
En precies daar ligt vandaag de echte meerwaarde van AI in het onderwijs.
AI kan het onderwijs versterken, maar alleen als instellingen zelf de controle houden. De vraag is dus niet of we AI gebruiken, maar onder welke voorwaarden.
Hoe gaan jullie hier vandaag mee om binnen het onderwijs of onderzoek?